TEKST

Siiri Spronken, de leeuw en het onvergankelijke.

Het zijn geen leeuwen die Siiri Spronken verbeeldt. Eerder metaforen, ideeën. De uiterlijke verschijningsvorm draagt de schijn van een leeuw. Verder gaat het niet. Althans niet op het canvas. De verbeelding heeft voorrang op de werkelijkheid. Of in de woorden van filosoof Hegel: ,,Der Schein ist dem Sein wesenhaft.” Het is kunst die ons leert kijkend te denken. Waarover? Over de menselijke conditie, waarin hunkeren naar liefde, eenzaamheid, herinneringen en de breekbaarheid van ons bestaan, centraal staan. Onspectaculair in zijn spectaculaire ingetogenheid.

De leeuwen van Siiri Spronken verbeelden geen leeuwen van vlees en bloed, maar appelleren aan alle denkbare connotaties die het woord leeuw oproept. Haar leeuwen zijn vergeestelijkt. Ze zijn tijdloos en onvergankelijk, net als de ziel.

Van bloeddorstigheid is geen sprake. Het dier dat de pure oerangst in de mens belichaamt, lijkt versteend. Vaal en in zichzelf gekeerd ogen de leeuwen. Kwetsbaar in hun houding; eenzaam gevangen in de compositie. De schilderijen overdonderen niet, ze dagen uit.

Oppermachtig is de leeuw van Siiri Spronken. Niet als briesende, brullende en ontembare koning van de jungle, maar in het voelbaar aanwezige vermogen om zijn overmacht niet te hoeven demonstreren. De instrumenten van de jacht houdt het krachtdier verborgen. Geen angstwekkend gebit te zien, of klauwen die een prooi moeiteloos verscheuren. Niemand die twijfelt aan zijn potentie, ook al slaapt hij in een onschuldige foetushouding. Deze leeuwen vormen geen heraldisch symbool van moed, macht en (nationale) trots. Het zijn gentle giants die geen manifestatie van hun kracht van node hebben. Veelzeggend in hun zwijgzaamheid. Eerder troost biedend dan ontzagwekkend.

 

Mysterieuze schepsels, ook dat zijn ze. Spronken voert geen voor de hand liggende symboliek op. Ook de mythologische dimensie van haar thema laat ze onberoerd. De compositie biedt geen aanknooppunt bij een bestaand verhaal waarin sfinxen, griffioenen of andere fabeldieren figureren. Dat zou de duiding vergemakkelijken, zelfs simplificeren en de spanning wegnemen. De beschouwer is helemaal op zichzelf aangewezen.Kijken naar deze leeuwen is kijken naar een verhaal dat zich pas in het hoofd ontspint. Het schilderij als Denkansatz.

Onmiskenbaar zijn de leeuwen herkenbaar zonder dat deze in exacte precisie getroffen zijn. Soms zijn het schimmen en vormt de leeuw zelfs een lege plek op het doek. De compositie is dan niet de leeuw, maar het niets, de lege plek waar de leeuw ooit was. Beter kan een verloren liefde of de leegte die de dood achterlaat niet worden verbeeld. Het zijn nabeelden van verlies. Maar wel nabeelden die geen sfeer van tristesse opwekken. Het is schoonheid die oneindige troost biedt.

De essentie is gevangen: zij heeft het archetype van een leeuw geschilderd. Balancerend op het grensvlak van figuratie en abstractie. In nabootsing van de werkelijkheid –de mimese– is de kunstenaar niet geïnteresseerd. De leeuwen zouden gefossiliseerd kunnen zijn of in de prehistorie als petroglief op een rotswand gekerfd. Ze zijn tijdloos.

De schilder heeft geen bestaande leeuw geschilderd, maar de idee, een verschijning; de schaduw van een droom.

De doeken zien er bedrieglijk eenvoudig uit. Stil en gestold in een aardse kleur, die zou kunnen verwijzen naar een geestesgesteldheid of een specifiek jaargetijde. Spronken schildert de tijd in een tijdloze compositie. Detaillering ontbreekt. De schilderijen zijn teruggebracht tot de ware essentie. Lapidair.

Siiri Spronken heeft een waarheid geschilderd die zich niet in het talige laat vangen. Ze maakt iets aanschouwelijk dat verborgen zit in de mens zelf. De werken ontsluiten die diepere waarheid. Het is kunst die het wezen toont door een eenheid te scheppen tussen materie en vorm. Wezenlijk in zijn effect en terughoudend in compositie.

De toeschouwer wordt al kijkend zelf roofdier, op zoek naar een verhaal. De compositorische ingetogenheid stuurt de verbeelding op pad. Maar niet naar de tropische savanne waar de leeuw zijn territorium heeft, maar naar binnen. Het werk zet aan tot contemplatie en meditatieve zelfbeschouwing. Deze leeuwen kijken niemand aan, zij doorgronden.

LUDO DIELS   MAART 2013

 

Comments are closed.